Tips en advies uit de dierenkliniek
Op basis van de vragen die wij krijgen in de dierenkliniek hebben wij hier onze tips en adviezen voor u klaar gezet.
Categorieën
- Algemeen
- Hond
- Kat
- Paard
- Konijn
- Cavia
- Kleindier
- Chirurgie
- Euthanasie
- Gebit
- Gedrag
- Gewrichten
- Goede doelen
- Hoeven
- Kalmering
- Kanker
- Klantenservice
- Luchtwegen
- Maag
- Neurologie
- Onderweg
- Oor en oog
- Ouderdom
- Overgewicht
- Pijnstillers
- Puppy en kittens
- Sally's stories
- Spijsvertering
- Staart en manen
- Urinewegen
- Vaccinaties
- Vakantie
- Vergiftiging
- Verzorging
- Veulen
- Video's
- Vlo en teek
- Voeding hond
- Voeding kat
- Voeding paard
- Vruchtbaarheid
- Vuurwerkangst
- Weerstand
- Winter
- Wormen
- Ziektes
23 Resultaten
Urinary voeding voor katten: wanneer kiest u blaasdieet?
Urinary voeding voor katten is speciale dieetvoeding voor katten met gevoelige urinewegen. Deze voeding wordt vaak ingezet bij blaasgruis, kristallen en terugkerende plasproblemen. Met de juiste urinary voeding en voldoende vocht helpt u de blaas van uw kat gericht te ondersteunen.
Hoe laat ik mijn kat meer water drinken?
Wist u dat…?
Veel katten drinken uit zichzelf veel te weinig water. Dit kan ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken. We hebben daarom voor u de belangrijkste informatie op een rij gezet.
Redenen om de wateropname te bevorderen
Er kunnen verschillende redenen zijn om de wateropname van katten te stimuleren. Dit is van belang voor de behandeling van verschillende aandoeningen, maar ook voor het voorkomen ervan. Denk hierbij aan:
Nierproblemen
Blaasontsteking en/of blaasgruis
Obstipatie
Gelijktijdige behandeling met medicijnen (bv. pijnstillers)
Hoeveel water hoort een kat te drinken?
Gemiddeld zal een kat per dag 40-80 ml water per kilogram lichaamsgewicht moeten drinken. Voor een gemiddelde kat is dit dus ongeveer 200 ml op een dag. Dit is slechts een richtlijn en zal ook afhangen van het type voer (droog- of natvoer), hoeveelheid lichaamsbeweging en omgevingstemperatuur. Een kat die uitsluitend droogvoer eet zal veel meer moeten drinken dan een kat die alleen natvoer voorgeschoteld krijgt.
U kunt de wateropname van uw kat meten door een afgemeten hoeveelheid water in de bakken te doen en 24 uur later te meten hoeveel eruit is. Bij meerdere katten in huis is dit natuurlijk lastiger.
Drinkt uw kat duidelijk meer dan de richtlijn of is uw kat meer gaan drinken dan eerst? Dan kan er ook een medische oorzaak voor zijn. Neem contact op met de dierenarts.
9 tips om een kat meer te laten drinken
Geef elke dag schoon drinkwater en maak ook de drinkbakken regelmatig schoon (minimaal elke week).
Plaats drink- en voerbakken minimaal 2 meter uit elkaar. Dit zorgt ervoor dat katten ruim 30% meer water drinken dan wanneer de bakken direct naast elkaar staan.
Plaats meerdere waterbakken op verschillende plaatsen (zowel hoog als laag en in verschillende ruimtes). Zet ze op een rustige plaats waar de kat goed om zich heen kan kijken. Zet de bakken niet in de buurt van de kattenbak.
Zorg voor brede ondiepe waterbakken, waarbij de snorharen de rand niet raken.
Probeer waterbakken van verschillende materialen, zoals steen, glas en metaal.
Er zijn speciale drinkfonteinen te koop waarbij het water in beweging is.
Geef blikvoer in plaats van droogvoer.
Leg een ijsklontje in het water. U kunt bijvoorbeeld ook wat vocht van gekookte kip of vis invriezen in ijsblokjes en dit als smaakje aan het drinkwater toevoegen.
De Hydra Care pouches van Purina zijn nu verkrijgbaar. Hydra Care is een smakelijke, zachte gelei met textuur die op zichzelf wordt geserveerd, als aanvulling op de bestaande kattenvoeding. Door de heerlijke smaak zullen katten deze formule gemakkelijk oplikken waardoor de totale vochtinname toeneemt. Verkrijgbaar in de smaken kip en zalm.
Vragen?
Neem gerust contact op met ons op: [email protected]
Drs. Robin HolleThuisbezorgservice: www.dierapotheker.nl
Incontinentie (urineverlies) kat
Incontinentie bij katten betekent dat een kat urine of ontlasting verliest zonder dit goed te kunnen ophouden. Er is onderscheid tussen urine-incontinentie en fecale incontinentie.
Oorzaken van incontinentie bij katten lopen uiteen van ouderdom, infecties en suikerziekte tot neurologische schade, cognitieve achteruitgang en darmaandoeningen.
De behandeling hangt af van de oorzaak en kan bestaan uit medicatie, voedingsaanpassingen, behandeling van infecties of in sommige gevallen een operatie. Bij oudere katten met cognitieve stoornissen ligt de nadruk vaak op comfort en goede hygiëne.
Hoe vaak plassen honden?
We moeten allemaal plassen, dat hoort bij het leven. Echter, terwijl wij gewoon naar het toilet kunnen gaan om onszelf te ontlasten wanneer we dat nodig hebben, is het voor onze honden niet zo eenvoudig. Ze kunnen ons niet vertellen wanneer de tijd daar is, en moeten dus op ons vertrouwen om te weten wanneer wij ze uit laten om hun plasje en poepje te doen om ongelukken in huis te voorkomen.
Maar hoe vaak moeten honden plassen? Moet u uw trouwe viervoeter vaker uitlaten dan u al doet? En hoe zit het met puppy’s?
Hoe vaak moet een hond plassen?
Simpel gezegd, volwassen honden moeten over het algemeen drie tot vijf keer per dag naar het toilet, en de meeste dierenartsen raden een maximale periode van zes tot acht uur aan tussen toiletbezoeken. Het is echter belangrijk om te begrijpen dat elke hond anders is en dat verschillende factoren, zoals hun leeftijd, ras en dieet, van invloed zijn op hoe vaak uw hond moet plassen.
Bijvoorbeeld, honden met overgewicht of obesitas moet misschien meer plassen. Er zijn ook enkele medicijnen die frequenter urineren kunnen veroorzaken, evenals: gezondheidsproblemen zoals diabetes wat van invloed kan zijn op hoe vaak ze naar het toilet moeten. Daarnaast hebben kleinere rassen zoals Chihuahua’s een kleinere blaas dan een grotere hond zoals een Labrador, dus houd hier aub ook rekening mee.
U kunt uw hond ook beter nooit te lang laten wachten om naar het toilet te gaan, omdat dit niet alleen erg ongemakkelijk voor hem is, maar ook het risico kan vergroten dat hij blaas- of nierproblemen krijgt en nare urineweginfecties.
Hoe vaak moet een puppy plassen?
Puppy’s kunnen echt niet lang wachten met plassen omdat hun blaas nog zo klein is. Als puppy’s erg klein zijn (jonger dan een maand), moeten ze normaal gesproken elk uur naar het toilet, en dit wordt minder vaak naarmate ze ouder worden; het hangt echter allemaal af van de individuele pup.
Als u zich afvraagt hoe vaak u uw puppy mee naar buiten moet nemen om te plassen, is het een goed idee om dit elk uur te doen. Dit is een goede manier om de pup te laten wennen aan de zindelijkheid gewoontes in en om zo ongelukjes in huis te voorkomen. Het is ook vermeldenswaardig dat puppy’s de neiging hebben om binnen 15 minuten na het eten of drinken naar het toilet te gaan, dus let goed op en neem ze mee naar buiten om ze de kans te geven hun behoefte te doen.
Hoe vaak moet een oudere hond plassen?
Net als bij puppy’s kunnen ook oudere honden hun plas in de blaas niet lang ophouden. Dit zorgt ervoor dat veel eigenaren gefrustreerd raken omdat ze denken dat hun senior hond ‘vergeten’ is hoe ze op de juiste manier naar het toilet moeten, maar u moet ze niet de schuld geven of straffen, het is echt niet hun schuld! Wanneer wij ouder worden, hebben wij ook vaak moeite om ons plasje vast te houden en ontstaan er zo maar kleine ongelukjes, en dat is ook precies zo voor uw hond. De algemene richtlijn is dat oudere honden elke vier tot zes uur naar het toilet moeten, maar nogmaals, dit hangt af van hun ras, gewicht en eventuele gezondheidsproblemen.
Druppelende teven
Gesteriliseerde teven kunnen soms ook een aandoening ontwikkelen die urinaire sluitspiermechanisme-incontinentie (USMI) wordt genoemd als ze ouder worden. Dit betekent dat ze de urine niet kunnen vasthouden zoals voorheen en dus een kleine hoeveelheid urine druppelsgewijs kunnen verliezen, vooral als ze liggen. Als u merkt dat uw hond ongepast urineert, is het altijd de moeite waard om met uw dierenarts te praten, aangezien veel aandoeningen, zoals USMI, met medicijnen en eventuele supplementen kunnen worden behandeld.
Wat als ik de hele dag weg ben?
Wanneer u de hele dag weg bent en u kunt niet naar huis om uw hond uit te laten, vraag dan een vriend of familielid om een bezoek te brengen of huur een oppas of hondenuitlater in. Honden mogen nooit te lang hun blaas ophouden, omdat dit gezondheidsproblemen kan veroorzaken en uiteindelijk is het niet eerlijk voor hen, omdat het erg ongemakkelijk kan zijn om hun plas lang op te houden. En als u vaak de hele dag werkt en niet thuis kunt zijn om uw hond uit te laten om te plassen en de aandacht te geven die hij nodig heeft, is het een goed idee om op die dagen dat u van huis werkt een hondenopvang te overwegen.
Plast mijn hond te veel?
Frequent urineren is niet altijd een reden tot bezorgdheid, maar soms kan het een teken zijn dat er iets mis is, vooral als het plotseling opkomt of gepaard gaat met andere symptomen. Als uw hond heel vaak plast en het gaat gepaard met de volgende symptomen, maak dan een afspraak voor een consult bij uw dierenarts:
Overbelasting of tekenen van ongemak bij het plassen
Urine produceren met een ongebruikelijke kleur, zoals rood of donkerrood
Urine produceren met een ongewone geur
Overmatig drinken
Plassen op ongepaste plaatsen
Dribbelend plassen
Overmatig rond hun achterste likken of hun billen over de vloer wrijven
Tot zo ver ons advies over hoe vaak honden moeten plassen. Realiseer u dat elke hond anders is en dat ze allemaal verschillende behoeftes hebben om te plassen. Het is een goed idee om uw hond regelmatig uit te laten en de signalen in de gaten te houden dat uw hond moet plassen, zoals naar de deur gaan, enz. Als u meer ondersteuning nodig heeft, of verdere vragen heeft, aarzel dan niet en neem contact op met uw dierenarts.
Vragen?
Neem gerust contact op met ons op: [email protected]
Drs. Robin HolleThuisbezorgservice: www.dierapotheker.nl
SDMA, de nierfunctie test voor hond en kat
Wanneer de nieren van uw hond of kat niet meer helemaal in orde zijn dan zien we dit terug in het bloed. Bepaalde stoffen in het bloed zijn dan verhoogd of juist verlaagd aanwezig. Uw dierenarts bepaalt dan meestal het ureum en creatinine gehalte om zo te zien of er sprake is van nierfalen. Er is nu een bepaling mogelijk, de SDMA, die de meest betrouwbare indicatie over nierfalen bij uw hond en kat geeft.
Wat doet de SDMA test?
De SDMA test bepaalt het SDMA gehalte in het bloed van uw hond of kat. En dat SDMA gehalte zegt veel over het functioneren van de nieren. Een verhoogd SDMA gehalte kan wijzen op nierfalen, een lage bloeddruk en op blaas- en plasbuis problemen. Het SDMA stijgt vaak eerder dan het creatinine.
Het unieke aan de SDMA bepaling is dat de hoogte van het SDMA niet wordt beïnvloed door de leeftijd van de hond of kat en ook niet door de mate waarin een dier is gespierd. Dat maakt nog al wat uit. Zo kan het SDMA al verhoogd zijn bij een vermindering van de nierfunctie met 25 tot 40%.
Wat betekent een verhoogd SDMA voor mijn dier?
Wanneer het SDMA in het bloed van uw hond of kat verhoogd is dan kan er sprake zijn van nierfalen. Hoe gaan we om met een verhoogd SDMA?
Blaasprobleem of shock.Bij moeilijk plassen en een te vol blijvende blaas is het zeker zaak om aan blaastenen en blaasgruis te denken. Ook uitdroging en shock kunnen SDMA verhogen.
Geen blaasproblemen of shock? Dan is nierfalen waarschijnlijk.Laat de oorzaak van het nierfalen bij uw hond of kat onderzoeken. Een nier echo en aanvullend urine en bloedonderzoek zijn gewenst.
Bepaal of het nierfalen acuut of chronisch is.Bij acuut nierfalen is er een kans dat uw hond of kat volledig geneest. Bij chronisch nierfalen is de kans op een volledig herstel afwezig. De kenmerken van chronisch falen zijn al langer ziek zijn, matig eten en veel drinken, gewichtsafname, een dorre en stugge vacht en op de echo ziet uw dierenarts kleine niertjes.
Drinkt uw dier veel en braakt uw dier?Wanneer uw hond of kat te weinig drinkt of uitgedroogd raakt, dan wel blijft braken, dan is opname in een dierenkliniek aan de orde.
Behandeling nierfalen.Bij nierfalen zal uw dierenarts de gewenste behandeling instellen. Lees hier meer over nierfalen bij de hond en nierfalen bij de kat.
SDMA is voor de nieren van kat en hond van belang
SDMA is een biomarker voor de nierfunctie die sterk is gecorreleerd met de glomerulaire filtratiesnelheid (GFR)
SDMA is een gevoelige indicator voor de nierfunctie, die nierfunctieverlies al vanaf 25% aantoont.
SDMA is betrouwbaarder dan creatinine als biomarker voor de nierfunctie, omdat SDMA niet wordt beïnvloed door factoren anders dan die voor de nierfunctie.
SDMA is een vroeg indicator van doorgaand nierfunctieverlies en stijgt vaak voordat andere parameters stijgen.
Een verhoogd SDMA kan ook dienen als indicator voor andere aandoeningen die een indirecte invloed op de nierfunctie kunnen hebben.
U kunt hier meer lezen over hoe om te gaan met de uitslag van de SDMA test
Vragen?
Neem gerust contact op met ons op: [email protected]
Drs. Robin HolleThuisbezorgservice: www.dierapotheker.nl
Bron: Journey of Veterinary Internal Medicine, Idexx-SDMA
Urine onderzoek hond kat
Urineonderzoek bij hond en kat is nuttig bij klachten zoals vaak kleine beetjes plassen, urine niet kunnen ophouden, afwijkende urinekleur, niet kunnen plassen, veel drinken en plassen of passief urineverlies.
Met urineonderzoek kijkt de dierenarts onder meer naar de concentratie van de urine, de pH, de aanwezigheid van eiwit of glucose en het sediment met cellen, kristallen of bacteriën.
Soms wordt urine ook op kweek gezet. Daarmee kan worden vastgesteld welke bacterie een infectie veroorzaakt en voor welk antibioticum die bacterie gevoelig is. Voor een betrouwbare kweek moet de urine steriel zijn afgenomen.
Nierfalen kat
Wat is het?
Bij oudere katten komt nierfalen zeer regelmatig voor. Bij nierfalen werken de nieren onvoldoende om de afvalstoffen uit het bloed te filteren. Het gehalte aan creatinine in het bloed geeft weer of de nieren nog voldoende werken. Wanneer de nieren nog voor minder dan 25% werken, zal het creatinine gaan stijgen. Er is nu een bepaling mogelijk, de SDMA, die de meest betrouwbare indicatie over nierfalen bij uw kat geeft. Nierfalen kan acuut of chronisch ontstaan. Bij de chronische vorm zijn de nieren blijvend veranderd. De schade aan de nieren is niet meer te herstellen, maar het is vaak wel mogelijk om verdere verslechtering af te remmen. Er zijn verschillende oorzaken, waaronder een nierbekkenontsteking, erfelijke aandoeningen (bv. PKD), tumoren en blaasstenen/gruis. De afkorting PKD staat voor Polycystic Kidney Disease. Dit zien we vooral bij Perzen en de Britse Korthaar.
Wat zijn de symptomen?
Symptomen die kunnen wijzen op nierfalen zijn: veel drinken en plassen, slechte eetlust, braken, diarree, gewichtsverlies, spierzwakte (hangende kop en door de poten zakken), slechte vacht en een slechte adem. Vaak worden de symptomen door de eigenaar pas opgemerkt als de ziekte chronisch is geworden.
Hoe stellen we de diagnose?
Door middel van urine- en bloedonderzoek kan nierfalen worden vastgesteld. Er is nu een bepaling mogelijk, de SDMA, die de meest betrouwbare indicatie over nierfalen bij uw kat geeft. Daarnaast is het belangrijk om de oorzaak op te sporen door middel van echografisch onderzoek en eventueel een nierbiopt. Daarnaast is het zinvol om de bloeddruk te meten. Door de oorzaak te achterhalen, kan een gerichte behandeling worden ingesteld en is de kans op verbetering zo groot mogelijk.
Waaruit bestaat de behandeling?
Dit verschilt per oorzaak. In alle gevallen is het belangrijk dat de kat onbeperkt water kan drinken en dat geen medicijnen worden gegeven die schadelijk kunnen zijn voor de nieren. Vaak wordt een nierdieet voorgeschreven en eventueel ook medicijnen om de bloeddruk en het eiwitverlies via de nieren onder controle te houden. Het doel van de behandeling is om de kat zich beter te laten voelen en verslechtering te remmen. Volledig herstel is helaas in de meeste gevallen niet mogelijk. Katten die niet goed willen eten of drinken, kunnen worden opgenomen en een aantal dagen infuus krijgen. Daarnaast wordt dan soms een behandeling ingesteld tegen de misselijkheid.
Is nierfalen te genezen?
Helaas is een chronisch nierprobleem niet te verhelpen. De behandeling is erop gericht om het ziekteproces te remmen en de kat een goede levenskwaliteit te geven. In gevallen van (acute) nierbekkenontstekingen kan bij tijdige behandeling verder schade wel grotendeels voorkomen worden en is (gehele of gedeeltelijke) genezing mogelijk! Een tijdige diagnostiek is dus zeer belangrijk.
Vragen?
Neem gerust contact op met ons op: [email protected]
Drs. Robin HolleThuisbezorgservice: www.dierapotheker.nl
Blaasontsteking kat
Blaasontsteking bij katten komt vaak voor en is meestal geen bacteriële infectie. Vaak gaat het om een idiopathische blaasontsteking, waarbij stress waarschijnlijk een rol speelt. Ook blaasgruis of blaasstenen kunnen de oorzaak zijn.
Signalen van blaasontsteking zijn onder meer vaak kleine beetjes plassen, pijn bij het plassen, in huis plassen en urine die anders ruikt of eruitziet.
Kan een kat niet plassen of wordt hij sloom en ziek, dan kan er sprake zijn van een levensbedreigende verstopping van de plasbuis. Neem dan direct contact op met de dierenarts.
Blaasgruis en blaasstenen kat
Blaasgruis bij katten is te vergelijken met zand in de blaas. Blaasstenen kunnen groter zijn en bestaan bij katten vaak uit struviet of oxalaat.
Signalen van blaasgruis of blaasstenen zijn vaak kleine beetjes plassen, bloed bij de urine, pijn bij het plassen en onzindelijkheid. Kan een kat niet plassen, dan is dat een spoedgeval.
De behandeling hangt af van het type gruis of steen. Struviet kan vaak oplossen met een speciaal dieet, terwijl andere stenen vaak verwijderd moeten worden. Meer drinken helpt om de kans op nieuwe gruisvorming te verkleinen.
Veel drinken en plassen kat
Veel drinken en plassen bij katten kan een teken zijn dat uw kat ziek is. Een richtlijn voor drinken is ongeveer 50 ml water per kilo lichaamsgewicht per dag, al hangt dit ook af van voeding, temperatuur en beweging.
Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen veel plassen en vaak plassen. Veel plassen betekent grote hoeveelheden lichte urine, terwijl vaak plassen juist kleine beetjes met aandrang kan betekenen en kan passen bij blaasontsteking of een verstopping.
Mogelijke oorzaken zijn onder meer nierfalen, hyperthyreoïdie, suikerziekte en leverproblemen. De diagnose begint meestal met urineonderzoek en wordt vaak gevolgd door bloedonderzoek en soms aanvullend onderzoek.
Blaasgruis en blaasstenen hond
Blaasgruis bij katten is te vergelijken met zand in de blaas. Blaasstenen kunnen groter zijn en bestaan bij katten vaak uit struviet of oxalaat.
Signalen van blaasgruis of blaasstenen zijn vaak kleine beetjes plassen, bloed bij de urine, pijn bij het plassen en onzindelijkheid. Kan een kat niet plassen, dan is dat een spoedgeval.
De behandeling hangt af van het type gruis of steen. Struviet kan vaak oplossen met een speciaal dieet, terwijl andere stenen vaak verwijderd moeten worden. Meer drinken helpt om de kans op nieuwe gruisvorming te verkleinen.
De verstopte kater, FLUTD
Wat is het? FLUTD staat voor Feline Lowe Urinary Tract Disease. Het is een aandoening van de urinewegen (blaas en plasbuis) die kan leiden tot een verstopping van de plasbuis. FLUTD komt bij poezen en katers voor, maar de plasbuis van katers is veel smaller dan bij poezen en raakt dus sneller verstopt. De verstopping kan veroorzaakt worden door een plug. Dit is een samenklontering van eiwitten, ontstekingscellen, rode bloedcellen en ander materiaal. Naast een plug kan het ook zijn dat de plasbuis erg gezwollen en verkrampt is en dat zo een verstopping optreedt.
Wat zijn de oorzaken?
In ongeveer 65 % van de gevallen is er sprake van een blaasontsteking (cystitis) die een verdikking en beschadiging van de blaaswand geeft. Uit onderzoek is gebleken dat met name stress een belangrijke factor is. Stress is alleen niet altijd goed te herkennen bij een kat. Ook overgewicht en te weinig beweging kunnen een rol spelen. Een tweede belangrijke oorzaak van FLUTD is blaasstenen of blaasgruis.
Wat zijn de symptomen?
Een kater die vaak naar de kattenbak gaat en veel zit te persen zonder dat er urine geproduceerd wordt of er slechts enkele druppels verschijnen, kan wel eens last hebben van een verstopte plasbuis. Dit kan veel pijn geven, waardoor de kater mogelijk niet wil eten, erg onrustig is of soms zelfs braakt. Het is zaak zo snel mogelijk met de kat naar de dierenarts te gaan, om de verstopping weer op te heffen. De blaas blijft zich namelijk vullen en uiteindelijk kan de blaas zelfs knappen.
Hoe stellen we de diagnose?
Met lichamelijk onderzoek kan bepaald worden hoe sterk de blaas gevuld is en worden andere afwijkingen opgespoord. Met behulp van urineonderzoek kan worden aangetoond of gruis/ kristallen een rol spelen.
Waaruit bestaat de behandeling?
Katers met een verstopte plasbuis moeten in de kliniek worden opgenomen. Er zal een urinekatheter in de plasbuis worden aangebracht om de verstopping op te heffen. Meestal wordt de kat hiervoor even onder narcose gebracht, omdat de verstopping vaak erg pijnlijk is. De katheter zal er vaak meerdere dagen in moeten blijven zitten. Gedurende die tijd zal de kat infuus krijgen en wordt de blaas gespoeld. Afhankelijk van de ernst van de verstopping zal aanvullende therapie nodig zijn. Wordt blaasgruis in de urine gezien, dan is het noodzakelijk de voeding aan te passen en een speciaal dieet te voeren. Wanneer er geen kristallen in de urine worden gevonden, kan de dierenarts pijnstillers of blaasontspanners voorschrijven.
Hoe kan FLUTD voorkomen worden?
Enkele tips om te voorkomen dat uw kat (weer) plasproblemen krijgt:
Zorg voor dagelijks vers, schoon drinkwater. Biedt verschillende drinkbakjes aan omdat katten voorkeur voor een bepaald bakje kunnen hebben.
Zorg voor voldoende bewegen, bijvoorbeeld door regelmatig te spelen met de kat.
Maak de kattenbak zo aantrekkelijk mogelijk. Zet deze op een rustige plaats in huis en plaats 1 kattenbak meer dan het aantal katten dat er is. Zet de bakken op verschillende plekken neer en maak deze regelmatig schoon.
Denkt u dat uw kater verstopt zit?
Neem dan zo snel mogelijk contact op met een dierenarts. Wacht niet tot de volgende dag!
Vragen?
Neem gerust contact op met ons op: [email protected]
Drs. Robin HolleThuisbezorgservice: www.dierapotheker.nl