Tips en advies uit de dierenkliniek
Op basis van de vragen die wij krijgen in de dierenkliniek hebben wij hier onze tips en adviezen voor u klaar gezet.
Categorieën
- Algemeen
- Hond
- Kat
- Paard
- Konijn
- Cavia
- Kleindier
- Chirurgie
- Euthanasie
- Gebit
- Gedrag
- Gewrichten
- Goede doelen
- Hoeven
- Kalmering
- Kanker
- Klantenservice
- Luchtwegen
- Maag
- Neurologie
- Onderweg
- Oor en oog
- Ouderdom
- Overgewicht
- Pijnstillers
- Puppy en kittens
- Sally's stories
- Spijsvertering
- Staart en manen
- Urinewegen
- Vaccinaties
- Vakantie
- Vergiftiging
- Verzorging
- Veulen
- Video's
- Vlo en teek
- Voeding hond
- Voeding kat
- Voeding paard
- Vruchtbaarheid
- Vuurwerkangst
- Weerstand
- Winter
- Wormen
- Ziektes
48 Resultaten
ActiveBiome+ van Hill’s: wat betekent het voor uw hond of kat?
ActiveBiome+ van Hill’s verwijst naar een verzameling van gepatenteerde mengsels van prebiotische vezels.
Deze vezels ondersteunen het darmmicrobioom van hond en kat en helpen de spijsvertering in balans te houden.
U ziet deze term vooral bij voeding voor dieren met gevoelige darmen of spijsverteringsproblemen. Daarnaast kan het, afhankelijk van het type vezelmmix, ook de immuniteit, algemene gezondheid en zelfs nierfunctie ondersteunen.
Maakt een probioticum mijn hond of kat beter?
Probiotica voor hond en kat kunnen de darmflora ondersteunen, vooral bij diarree, stress of een voerverandering.Ze worden vaak gegeven als poeder, pasta of tablet, waarbij poeder meestal het makkelijkst is toe te dienen.Kies probiotica bij voorkeur in overleg met uw dierenarts, zeker bij aanhoudende klachten of jonge dieren.
Giardia bij honden: zo krijgt u de diarree onder controle
Giardia bij honden veroorzaakt vaak dunne, slijmerige en wisselende ontlasting. Een Giardia behandeling bij de hond bestaat meestal uit medicatie via de dierenarts en strikte hygiëne in huis. U kunt thuis een eerste check doen met de Fassisi Giardia ontlasting sneltest; het advies is om ontlasting van 3 dagen te verzamelen omdat giardia onregelmatig wordt uitgescheiden.
Koud drinkwater verhoogt de waterinname bij katten met 43%
Hoe verhoogt u de waterinname van uw kat?Door ijsblokjes toe te voegen aan het drinkwater kan de waterinname van katten met 43% toenemen. Dit helpt gezondheidsproblemen zoals FLUTD en nierziekte te voorkomen.
Hennepzaadolie en zalmolie voor honden: de natuurlijke keuze
Wat zijn de voordelen van hennepzaadolie en zalmolie voor honden?Hennepzaadolie en zalmolie dragen bij aan een gezonde huid, glanzende vacht, soepele gewrichten en een sterker immuunsysteem bij honden.
Waarom labradors altijd honger hebben
Labradors zijn fantastische gezinshonden: vriendelijk, energiek en altijd in voor een spelletje. Maar wie een Labrador in huis heeft, weet ook dat ze altijd honger lijken te hebben. Die smekende ogen, het speuren naar restjes en het onvermoeibaar bedelen om een extra hapje—het hoort er allemaal bij. Maar waarom zijn Labradors zo gefocust op eten?
Nieuw onderzoek heeft aangetoond dat een specifiek gen, DENND1B, een belangrijke rol speelt in hun onverzadigbare trek. Dit gen, dat ook in verband wordt gebracht met obesitas bij mensen, beïnvloedt de eetlust en vetopslag van Labradors.
Het DENND1B-gen: de oorzaak van Labrador-honger?
Wetenschappers onderzochten 241 Labradors en ontdekten dat honden met een bepaalde variant van het DENND1B-gen een verhoogde eetlust hebben en sneller aankomen. Dit gen beïnvloedt de manier waarop de hersenen hongersignalen reguleren en kan ervoor zorgen dat honden zich minder snel verzadigd voelen.
In de studie bleek dat Labradors met deze genetische variant:
Sterker verlangen naar voedsel vertonen dan gemiddeld.
Meer vet opslaan, zelfs bij een normale calorie-inname.
Meer risico lopen op overgewicht, wat hun gezondheid kan beïnvloeden.
Deze genetische aanleg verklaart waarom sommige Labradors moeilijk af te remmen zijn als het om eten gaat. Ze voelen zich simpelweg niet snel genoeg vol en blijven zoeken naar voedsel, zelfs als ze al gegeten hebben.
Wilt u meer weten over dit onderzoek? Lees het volledige artikel op Science.org:Genetic variant in DENND1B associated with increased adiposity and appetite in Labrador retrievers
Hebben andere rassen dit gen ook?
Ja, naast Labradors komt de DENND1B-genvariant ook voor bij Flatcoated Retrievers. Net als Labradors staan deze honden bekend om hun enorme eetlust en verhoogde risico op overgewicht. Dit suggereert dat het DENND1B-gen een bredere rol speelt bij bepaalde retriever-rassen.
Of deze genetische variatie ook voorkomt bij andere hondenrassen, is nog niet duidelijk. Verdere studies zijn nodig om te bepalen of DENND1B een algemene rol speelt in eetlustregulatie bij honden of vooral bij retrievers.
Een link met obesitas bij mensen
Opmerkelijk is dat een vergelijkbare genetische variant van DENND1B ook bij mensen wordt gevonden, vooral bij mensen met obesitas. Dit suggereert dat sommige individuen—zowel hond als mens—van nature gevoeliger zijn voor gewichtstoename. De overeenkomst tussen Labradors en mensen laat zien hoe genetica een grote rol kan spelen in eetgedrag en lichaamsgewicht.
Wat kunt u doen als uw Labrador altijd honger heeft?
Hoewel u de genetica van uw hond niet kunt veranderen, zijn er gelukkig wel manieren om uw Labrador gezond en op gewicht te houden:
Kies voor verzadigende voeding – Hoogwaardige, vezelrijke brokken helpen om langer een vol gevoel te geven.
Weeg het voer af – Labradors met deze genetische aanleg hebben vaak minder voer nodig dan hun eetlust doet vermoeden.
Beperk tussendoortjes – Snoepjes en tafelrestjes zijn verleidelijk, maar dragen bij aan overgewicht.
Geef uw hond voldoende beweging – Lange wandelingen, zwemmen en apporteerspelletjes helpen om calorieën te verbranden.
Gebruik een slowfeeder – Dit zorgt ervoor dat uw hond langzamer eet en beter kan registreren dat hij vol zit.
Een gezonde labrador is een blije labrador
Labradors zijn echte lekkerbekken, en dankzij nieuw wetenschappelijk onderzoek weten we nu dat hun eetlust deels genetisch bepaald is. Het DENND1B-gen beïnvloedt hun hongergevoel en vetopslag, wat verklaart waarom sommige Labradors sneller aankomen dan andere. Ook Flatcoated Retrievers dragen deze genetische aanleg, wat erop wijst dat retriever-rassen hier gevoeliger voor kunnen zijn.
Maar met de juiste voeding, portiecontrole en voldoende beweging kunt u ervoor zorgen dat uw trouwe viervoeter gezond en fit blijft.
Heeft uw Labrador moeite met zijn gewicht? Overleg met uw dierenarts voor een passend voedings- en bewegingsadvies. Een gezonde Labrador is een blije Labrador.
Vragen?
Neem gerust contact op met ons op: [email protected]
Drs. Robin HolleThuisbezorgservice: www.dierapotheker.nl
Paard
PPID (Cushing) bij paarden: symptomen, behandeling en hoe u uw paard gezond houdt
PPID bij paarden wordt vaak verward met ouderdom. Let op signalen als veel drinken, gewichtsverlies, vachtveranderingen en terugkerende hoefbevangenheid. Oudere paarden en rassen zoals Shetlandpony’s, Welshpony’s, Arabieren en ezels zijn gevoeliger voor deze aandoening.
Hoe kan ik mijn kat aan laten komen?
Het herkennen of uw kat ondergewicht heeft, kan uitdagend zijn, vooral in een omgeving waar overgewicht bij katten vaak voorkomt. De lichaamsconditiescore is een nuttig hulpmiddel om het ideale gewicht van uw kat te bepalen.
Is mijn kat te mager?
Om dit te beoordelen, kunt u gebruikmaken van:
Lichaamsconditiescore: deze varieert van 1 (zeer mager) tot 9 (zwaarlijvig), met een score van 4 of 5 als ideaal.
De Handtest: voel de ribben van uw kat. Als ze aanvoelen als de achterkant van uw hand, is het gewicht waarschijnlijk goed.
Lichaamsconditiescore voor katten van Royal Canin
Te mager
1:
- De ribben, ruggenwervels, bekkenbeenderen zijn goed zichtbaar bij kortharige kat.
- Zeer smalle taille.
- Duidelijk verlies van spiermassa.
- Geen vetlaag te voelen op de ribben.
- Zeer duidelijke opgetrokken buik.
2:
- De ribben zijn goed zichtbaar bij een kortharige kat.- Zeer smalle taille.- Verlies van spiermassa.- Geen vetlaag te voelen op de ribben.- Duidelijke opgetrokken buik.3:- De ribben zijn zichtbaar bij een kortharige kat.- Duidelijk taille.- Zeer geringe hoeveelheid vet in het buikgebied (ababodominaal vet).- Goed zichtbare opgetrokken buik.
Ideale gewicht
4:- De ribben zijn niet zichtbaar maar makkelijk te voelen.- Duidelijke taille.- Geringe hoeveelheid abdominaal vet.5:- De ribben zijn niet zichtbaar maar makkelijk te voelen.- Duidelijke taille.- Geringe hoeveelheid abdominaal vet.- Licht opgetrokken buik.
Overgewicht
6:- De ribben zijn niet zichtbaar maar nog wel te voelen.- De taille van boven niet goed zichtbaar.- Zeer licht opgetrokken buik.
Obesitas
7:- De ribben zijn met moeite voelbaar onder de vetlaag.- De taille is nauwelijks zichtbaar.- Geen opgetrokken buik.- Lichte toename van de buikomvang met een geringe hoeveelheid vet onder de buik.8:- De ribben zijn niet meer voelbaar onder de vetlaag.- De taille is niet zichtbaar.- Toename van de buikomvang en de hoeveelheid abdominaal vet.9:- De ribben zijn niet meer voelbaar en bedekt met een dikke vetlaag.- De taille is niet zichtbaar.- Duidelijke toename van de buikomvang en de hoveelheid abdominaal vet.
Redenen waarom katten te mager kunnen zijn
Onvoldoende voedselinname: dit kan te wijten zijn aan slechte eetgewoonten, beperkte toegang tot voedsel, of concurrentie van andere huisdieren.
Medische problemen: verschillende gezondheidsproblemen, waaronder parasitaire infecties, tandheelkundige problemen, of chronische ziekten zoals diabetes of hyperthyreoïdie, kunnen gewichtsverlies veroorzaken.
Leeftijd: oudere katten verliezen soms gewicht door een verminderde eetlust of verminderde absorptie van voedingsstoffen.
Stress of angst: stressvolle omgevingen kunnen leiden tot verminderde eetlust bij katten.
Voedingskwaliteit: onvoldoende voedingskwaliteit of onevenwichtige diëten kunnen bijdragen aan gewichtsverlies.
Hoe u uw kat kunt laten aankomen
Bied regelmatige maaltijden aan, eventueel met continue toegang tot droogvoer.
Zorg voor een rustige voerplaats.
Varieer tussen droog- en natvoer en experimenteer met verschillende smaken.
Verwarm (magnetron) het eten licht om de geur te versterken.
Voeg soms witte kip of tonijnvocht toe voor extra smaak.
Overweeg calorierijk dieetvoer voor oudere of kieskeurige katten.
Supplementen kunnen ondersteunen, bijvoorbeeld Virbac Nutribound en Nutriplus gel.
Vraag advies aan uw dierenarts: er is een diergeneesmiddel beschikbaar voor katten ter bevordering van de eetlust en ter stimulatie van de gewichtstoename. Dat diergeneesmiddel heet Mirtazapine. Dit is er in tabletvorm en in zalfvorm (voor binnenzijde oorschelp), dat heet Mirataz. Een medische oorzaak moet dan wel uitgesloten zijn.
Let op bij dieetwijzigingen
Raadpleeg altijd uw dierenarts voordat u grote wijzigingen in het dieet van uw kat doorvoert, vooral als u vermoedt dat ondergewicht te wijten is aan medische redenen. Een dierenarts kan helpen bij het vaststellen van de oorzaak van ondergewicht en de beste aanpak voor gewichtstoename adviseren.
Vragen?
Neem gerust contact met ons op:
Drs. Robin HolleThuisbezorgservice: www.dierapotheker.nl
Snorharenstress, waarom zijn deze haren zo belangrijk voor een kat?
Snorharen zijn lange, stijve haren die zich bevinden op de snuit van de kat. Ook boven de ogen, aan de zijkant van de bek en op andere delen van het gezicht zijn ze nadrukkelijk aanwezig. Deze haren zijn verbonden met zenuwuiteinden en zijn zeer gevoelig voor aanraking en trillingen. Dat is een feit en iedere kat heeft zulke snorharen. Wist u dat een kat snorharenstress kan hebben? Verder op meer hier over.
Waarom heeft een kat snorharen?
De belangrijkste functie van snorharen is om de kat te helpen bij het navigeren in zijn omgeving en om ruimtelijke informatie te verzamelen. Ze fungeren als tastharen en helpen katten om objecten te detecteren en afstanden in te schatten, zelfs in het donker. Snorharen helpen katten ook om te bepalen of ze ergens doorheen kunnen. En snorharen zijn ook van belang bij de voer- wateropname.
Wat is de rol van de kattensnorharen bij de voedselopname?
Bij het eten en drinken spelen snorharen een rol doordat ze de kat informatie geven over de positie en de afstand van de voedselbron. Ze helpen de kat om de rand van een kom te voelen of om te bepalen waar zijn mond zich bevindt ten opzichte van het voedsel of water. Snorharen kunnen ook helpen bij het voorkomen dat de kat zijn gezicht te diep in een kom steekt en morsen veroorzaakt.
Snorharenstress bij eten en drinken kat?
Het komt voor dat normale ronde voer- en waterbakjes een kat stress bezorgen. Wanneer een kat haar hoofd erin steekt om te eten of te drinken, kunnen haar gevoelige snorharen geraakt worden. En dan kan zij haar kopje zich terugtrekken uit het bakje.
Heeft u dit weleens bij uw kat gezien? Dan kan er sprake zijn van snorhaarstress. Ja, een modieus woord, maar wel belangrijk om dit te onderkennen.
Hoe zie ik dat mijn kat snorhaarstress heeft?
Ziet u één of meer van de volgende symptomen bij het eetgedrag van uw kat?
In het midden van de voerbak alles opeten en langs de randen niets op eten.
Volle hap nemen en dan vanaf de grond op eten.
Pootjes gebruiken om te eten.
Weglopen na een paar hapjes gegeten te hebben.
Vermijden van voer- en drinkbak.
Dan kan er inderdaad sprake zijn van snorhaarstress. Biedt dan uw kat op een andere manier haar voer aan.
Wat kunt u doen aan voerbakstress bij uw kat?
Wanneer uw kat voerbakstress heeft dan is de oplossing vrij simpel:
Geef uw kat een ruim voerbakje met een lage rand waar haar snorharen de rand niet raken.
Nog simpeler. Laat uw kat eten van een plat bord. Zo worden de snorharen niet geraakt.
Dan wordt het weer stressloos genieten van de voeding voor uw kat.
Respecteer de snorharen van een kat
Het is belangrijk om te weten dat de snorharen van een kat gevoelig zijn, dus het is niet prettig voor een kat als zijn snorharen worden (aan)geraakt. Het is dus het beste om de snorharen van een kat altijd met respect te behandelen en ze in geheel in hun waarde te laten. Allerhande afblijven dus.
Vragen?
Neem gerust contact op met ons op: [email protected]
Drs. Robin HolleThuisbezorgservice: www.dierapotheker.nl
Wat te doen bij een alvleesklierontsteking hond kat?
Wat doet de alvleesklier?
De alvleesklier maakt bij gezonde honden en katten alvleeskliersap aan dat bepaalde enzymen bevat. Die enzymen, te weten lipase, trypsine en amylase, worden in een (nog) niet werkzame vorm naar de dunne darm vervoerd via een afvoerbuis. In de dunne darm worden deze enzymen dan werkzaam en helpen ze mee om het aanwezige voedsel te verteren. Een gezonde alvleesklier heeft een reserve capaciteit van 70%.
Wat is een alvleesklierontsteking?
Bij een ontsteking van de alvleesklier (=pancreas) worden de enzymen al actief in de alvleesklier waardoor het weefsel van deze klier verteerd wordt. Dan komen er nog meer enzymen vrij uit dit weefsel en zo beschadigt er steeds meer. Dit noemen we een acute ontsteking van de pancreas. Deze acute ontsteking kan overgaan in een chronische vorm waarbij littekens aanwezig zijn. Door het litteken weefsel wordt de afvoergang vernauwd en de daarbij komende verkalkingen verergeren dit proces. Hierdoor komen er minder alvleeskliersappen met de benodigde verteringsenzymen in de dunne darm, bovendien is er zo een verhoogde druk in de pancreas waardoor nog meer weefsel beschadigd raakt. Resultaat is dat de functie van de alvleesklier sterk vermindert.
Wat zien we bij dieren met een alvleesklierontsteking?
Dieren kunnen niet praten dus we moeten het in eerste instantie hebben van dat wat ze laten zien, de symptomen.
Minder eetlust
Overgeven, braken
Buikpijn
Slap worden, afwezig zijn
Uitdroging
Dunnere ontlasting en diarree
Bij een ernstige acute ontsteking kunnen honden en katten ook binnen enkele uren overlijden. Een mild verloop is ook mogelijk, vaak komen de problemen wel weer terug.
Hoe komt een dier aan een ontsteking van de pancreas?
Vrijwel altijd is de oorzaak van een acute ontsteking van de alvleesklier onbekend. Slechts in 10% van de gevallen kan bijvoorbeeld een virusinfectie, medicijngebruik of een tumor de reden zijn van de ontsteking.Bij een chronische ontsteking kan erfelijke aanleg een rol spelen en kan ook een tumor of een ongeval de onderliggende reden zijn.
Hoe weten we of een hond of kat een alvleesklier ontsteking heeft?
We zien bij de hond of kat vaak een combinatie van de eerder genoemde symptomen, echter dat zijn niet echt specifieke symptomen. Die kunnen ook horen bij een andere aandoening. Daarom zal de dierenarts uw hond of kat uitgebreid klinisch onderzoeken. Bij een verdenking van pancreatitis zal hij bloedonderzoek (laten) doen. Wijken specifieke bloedwaarden af van normaal, dan kan de diagnose gesteld worden eventueel aangevuld met een endoscopie, echo, een punctie en/of röntgenfoto van de buik.
Wat zijn de afwijkende bloedwaarden bij pancreatitis?
Bij het bloedonderzoek wordt o.a. het enzym Pancreas lipase gemeten.
Een lage PLI wil zeggen dat er geen alvleesklierontsteking is.
Bij een verhoogde PLI waarde kan er sprake zijn van een pancreatitis, maar dit is niet bewijzend. Het is dan aan te raden een echo/punctie te laten doen.
Wat is de behandeling van pancreatitis?
Een hond of kat met een acute ontsteking van de alvleesklier zal worden behandeld met pijnstillers (geen NSAID’s), misselijkheid onderdrukkers en infusen en eventuele antibiotica. Met name door het infuus kunnen, langzaam aan, de bloedwaarden herstellen naar normaal. Ter ontlasting van de alvleesklier kan een specifiek dieet worden voorgeschreven.Bij een chronische ontsteking wordt er pijnbestrijding verstrekt en speciale voeradviezen. Door de grotendeelse uitval van de alvleesklier kan het verstandig zijn om ontbrekende verteringsenzymen als supplement te verstrekken. Zymoral, Zymosan en AA Zymovet zijn daarvoor de aangewezen supplementen.
Wanneer de hond of kat ook uitval heeft van het endocriene deel van de alvleesklier en daardoor suikerziekte heeft dan zal de behandeling ook bestaan uit o.a. het toedienen van insuline.
Prognose
De prognose bij een acute ontsteking is lastig aan te geven. Sommige dieren overleven het niet, zelfs met de beste zorg. Dit in tegenstelling tot de chronische vorm. Daarvan is de prognose over het algemeen goed, wanneer de hond of kat goed reageert op de voeraanpassingen en het eventuele supplement. De meest bekende complicatie is suikerziekte.
Vragen?
Neem gerust contact op met ons op: [email protected]
Drs. Robin HolleThuisbezorgservice: www.dierapotheker.nl
Constipatie bij de kat
Constipatie kan veel ongemak bij de kat veroorzaken. Met constipatie bedoelen we dat de kat met ontlasting verstopt raakt. Obstipatie is niet ongewoon en treft veel katten minstens één keer in hun leven. Sommige katten ervaren regelmatig constipatie, terwijl anderen een stressvolle periode kunnen hebben wanneer ze er maar één keer mee worstelen. Net als bij mensen kan een verminderde vochtinname en een drogere ontlasting reden zijn voor minder poepen en een eventuele constipatie.
Katten houden van privacy
Gezonde poep moet water bevatten, ingedroogde poep is moeilijker uit te persen en in beweging te krijgen. Het verstrekken van toegang tot vers water en kattenvoer van goede kwaliteit verkleint de kans dat uw kat verstopt raakt, maar houd er rekening mee dat medische aandoeningen ook de darmen van uw kat kunnen aantasten. Geef uw kat een schone en eigen plek om hun zaakjes te doen, en probeer veranderingen in hun routine te vermijden. Katten houden van schone bakken en privacy.
Oorzaak constipatie is voornaam
Wanneer uw kat tijdelijk een wat dikkere ontlasting heeft, die wat minder vlot afkomt, dan hoeft u zich daar geen zorgen over te maken. Meestal lost het zich vanzelf op, of is het geven van een kattenlaxeermiddel voldoende. Maar wanneer uw kat echt moeite doet om te poepen, of al meer dan 48 uur niet is geweest, is het tijd om met uw dierenarts te consulteren. Overleg altijd met uw dierenarts voordat u probeert de constipatie van uw kat thuis te behandelen – de oorzaak van de oorzaak moet altijd worden onderzocht.
Symptomen van constipatie bij katten
Hoe weet u of uw kat verstopt is? Katten zijn erg op hun privacy gesteld tijdens het doen van een plasje en een poepje en als gevolg daarvan is het vaak vrij moeilijk om te bepalen in welke staat de poep van uw kat zich bevindt.
Tenzij u natuurlijk een binnenkatten bezitter bent. Binnenkatten bezitters zien en horen hun huisdieren vaker poepen – en krijgen de kans om hun kattenbakcreaties regelmatig te inspecteren. Als uw kat buiten naar het toilet gaat, kan het moeilijker zijn om eventuele problemen op te merken.
Symptomen van constipatie zijn onder meer:
Geen stoelgang gedurende meer dan 48 uur
Droge, harde ontlasting
Buiten de kattenbak poepen
Verminderde eetlust; verminderde dorst
Braken
Te veel inspanning bij het poepen
Overmatig geluid maken
Als u problemen opmerkt met de kattenbakgewoonten van uw kat, of het gebrek daaraan, bel dan uw dierenarts en maak een afspraak voor een controle.
Oorzaken van constipatie bij katten
Er zijn meerdere oorzaken van constipatie bij katten. Om constipatie effectief te kunnen behandelen, is het essentieel om te weten wat het probleem veroorzaakt. Alles van gedragsproblemen, zoals veranderingen in de thuisomgeving, stress of een verandering in het merk voer tot ernstige medische aandoeningen kan ervoor zorgen dat uw kat niet meer poept zoals hij normaal doet.
Medische aandoeningen en structurele afwijkingen
Obesitas kan constipatie veroorzaken bij de kat
Elke aandoening die uitdroging veroorzaakt, kan leiden tot constipatie. Dit kan een chronisch of langdurig probleem zijn, zoals nierziekte of diabetes; of een acuut probleem zoals ernstig braken. Naast medische aandoeningen kunnen structurele afwijkingen uw kat ervan weerhouden om naar het toilet te gaan. Obstructies van de dunne darm kunnen de doorgang van materiaal tegenhouden. Deze obstructies kunnen iets zijn dat uw kat heeft gegeten (bekend als een vreemd lichaam) of tumoren van het maagdarmkanaal. Megacolon is een aandoening die de dikke darm aantast en een vergrote dikke darm en uitgerekte spieren veroorzaakt. Dit betekent dat de dikke darm niet in staat is om ontlasting effectief uit het lichaam te verwijderen. Andere aandoeningen zoals obesitas kunnen ook aanleiding zijn voor constipatie.
Oudere katten hebben eerder problemen met poepen
Oudere katten hebben meer kans op leeftijd-gerelateerde aandoeningen, zoals nierziekte en artritis. Beide, of een combinatie, kunnen leiden tot problemen met poepen. Katten met artritis kunnen moeite hebben met hun houding of moeite hebben om in hun kattenbak te komen.
Alle bovenstaande aandoeningen vereisen een diergeneeskundige aanpak om zo de constipatie op te lossen en erger te voorkomen. Eventuele veranderingen in de poep en het poepgedrag van uw kat moeten met uw dierenarts worden besproken. Obstipatie is zeker geen comfortabele toestand voor de kat.
Huismiddeltjes tegen constipatie bij katten
Wanneer u bang bent dat uw kat last heeft van obstipatie, bespreek dit dan altijd met uw dierenarts. Huismiddeltjes zijn niet om zo maar te proberen, tenzij uw dierenarts heeft aangegeven dat er geen reden tot zorg is. Veel aandoeningen die constipatie veroorzaken, vereisen voorgeschreven medicatie, of op zijn minst zorgvuldige behandeling door uw dierenarts. Ga er nooit vanuit dat constipatie goedaardig is – katten zijn meesters in het verbergen van hun ziektes.
1. Drink meer water
Katten zijn niet goed in het drinken van voldoende water. Natvoer kan hun wateropname aanzienlijk verhogen. Katten die natvoer krijgen, hebben meestal een wat nattere en vaak meer stinkende ontlasting. Probeer uw kat aan te moedigen om meer water te drinken.
Veel katten drinken graag op plaatsen die niet hun waterbak zijn. Door een waterfontein te gebruiken of de kraan te laten lopen, kan uw kat meer gaan drinken. Katten zijn onhandig en houden niet van drinken waar ze eten. Het plaatsen van een waterbak uit de buurt van hun voerstation kan ook hun wateropname verhogen. Als uw kat niet van gewoon water houdt, kan het af en toe op smaak brengen met tonijn in bronwater of gekookt kippenwater het aantrekkelijker maken.
2. Maak van poepen een aangename ervaring
Katten houden van privacy en kunnen kieskeurig zijn met hun kattenbakken. Maak het toilet van uw kat zo mooi mogelijk. Zoek uit welke bak uw kat lekker vindt – deze kan diep, breed of ondiep zijn. Bied ze verschillende soorten strooisel aan, sommige houden van klei tussen hun tenen; en anderen begraven hun bedrijf graag in houtpellets. Plaats de kattenbak in een ruimte waar uw kat privacy heeft, niemand vindt het leuk wanneer andere meekijken tijdens het poepen. Een kattenbak met kap kan ook helpen. En houd het toilet altijd schoon.
Aantal katten + 1 = het aantal kattenbakken in huis
Katten houden er niet van om hun toilet te delen, dus wanneer u meerdere katten heeft, zorg er dan altijd voor dat er een reserve kattenbak is. De algemene regel voor kattenbakken voor meerdere katten is het aantal katten + 1 . Wanneer u 3 katten heeft, dan heeft u 4 kattenbakken nodig. Meer kattenbakken = blijere katten.
Maak van de kattenbak de favoriete plek van uw kat
Katten zijn gevoelig voor omgevingsdruk en waargenomen bedreigingen. Wanneer uw kat zich zorgen maakt, kan hij zijn poep inhouden. Wanneer uw kat een negatieve ontlastingservaring heeft gehad – of het nu gaat om pijn, aangevallen worden door een andere kat wanneer ze kwetsbaar zijn of gewoon een ongeschikte bak, dan kan dit hem bang maken om naar het toilet te gaan. Feromoonverspreiders in de buurt van het gebied kunnen uw huisdier comfortabeler maken. Maak van het toilet de favoriete plek van uw kat.
3. Verhoog de vezelinname
Er zijn meerdere opties om de vezelinname van uw kat te verhogen. Speciale diëten zijn verkrijgbaar bij uw dierenarts en er zijn veel voedingssupplementen die op recept of zonder recept verkrijgbaar zijn. Bespreek met uw dierenarts de beste optie voor uw kat. Vezelrijke diëten helpen de ontlasting op te vullen, de beweeglijkheid van het maagdarmkanaal en de dikke darm te vergroten en het vermogen van de darm om water op te nemen in de ontlasting te vergroten.
4. Verhoog activiteit en speel met uw kat
Beweging zorgt er voor dat het maagdarmkanaal van uw kat actief is. Moedig spelen aan, probeer nieuw speelgoed en heb plezier met uw huisdier. Gezonde en actieve katten hebben minder kans op constipatie. Katten die regelmatig bewegen, hebben minder kans op obesitas, wat een van de oorzaken van constipatie is. Te slome katten zijn misschien niet altijd gewoon lui, als u een kat hebt die niet geïnteresseerd is in spelen of bewegen, laat hem dan controleren en voorkom zo gezondheidsproblemen.
Medische behandelingen voor constipatie bij katten
Wanneer uw kat regelmatig last heeft van constipatie of tekenen van ziekte vertoont, zoek dan zo snel mogelijk veterinair advies . Veel aandoeningen kunnen met succes worden beheerd of behandeld, maar ze moeten vroeg worden opgemerkt. Uw dierenarts zal een volledig klinisch onderzoek uitvoeren om de oorzaken van constipatie te achterhalen, maar kan verder onderzoek voorstellen, zoals bloedonderzoek of beeldvorming. De behandeling varieert met de onderliggende aandoening en er is geen one-size-fits-all remedie.
Uw dierenarts moet mogelijk een of meer van de volgende behandelingen uitvoeren om uw kat te helpen:
Intraveneuze vloeistoftherapie gegeven via een infuus om uw huisdier te hydrateren.
Handmatige verwijdering van ontlasting uit de dikke darm, bijvoorbeeld met een klysma.
Toediening van laxeermiddelen. Laxeermiddelen verhogen de beweeglijkheid door de dikke darm en het maagdarmkanaal . Deze kunnen rechtstreeks in de anus en de dikke darm worden gegeven, of kunnen worden voorgeschreven als orale (in het bekje ingeven of door het voer) laxeermiddelen om thuis te geven.
Goed voer, veel water + bewegen
Constipatie is niet altijd te vermijden, maar ervoor zorgen dat de gezondheid van uw kat zo goed mogelijk is, kan de kans hierop verkleinen. Zorg ervoor dat er altijd goede voeding, vers water en een geschikte kattenbak beschikbaar is – en houd uw kat slank en actief. Deze eenvoudige stappen verkleinen de kans dat uw kat regelmatig naar de dierenarts moet voor onfrisse zaakjes.
Vragen?
Neem gerust contact op met ons op: [email protected]
Drs. Robin HolleThuisbezorgservice: www.dierapotheker.nl
Hoe krijg ik een mager paard dikker?
Paarden worden vaak wat magerder in de herfst. Er is minder gras beschikbaar en het wordt kouder. Hoe kunnen we er voor zorgen dat onze paarden ook in het najaar op een gezond gewicht blijven? Onze paarden dierenartsen hebben 7 tips wat u het beste aan uw paard kunt geven voor u.
7 Tips voor magere paarden
Geef goed ruwvoerGoed ruwvoer wil zeggen fris hooi met voldoende energie- en eiwitgehaltes. Stro en muf hooi zijn uit den boze. Wanneer er onvoldoende fris ruwvoer is, dan kunnen grasbrokken gegeven worden.
Geef onbeperkt ruwvoerEen paard wil de hele dag eten en dat mag een mager paard zeker. Ook omdat een paard continu maagzuur produceert is het beter dat een paard zijn ruwvoer over de dag verdeelt.
Geef heel veel weidegangDoor in de wei te grazen komen paarden het snelst op het gewenste gewicht. Zeker voor oudere paarden met een wat slechter gebit is gras vaak wel weg te krijgen.
Geef eiwit + olie + vetEcht magere paarden hebben vooral behoefte aan eiwit. Eiwitrijk luzerne is een aanrader. Van olie krijgen paarden energie zonder “heet” te worden. Olie geeft duurenergie.
Geef bietenpulpBietenpulp is de aanvulling op het rantsoen van een mager paard. Voorwaarde is wel dat het bietenpulp is die geschikt is voor paarden. Dus de bietenpulpvlokken moeten gespoeld zijn en gewassen en voldoende verhit. Zo is het suikergehalte laag genoeg en kan het geweekt gegeven worden. Lekker zacht voor het gebit van oudere paarden. En vol pectine met vezels met een prebiotische werking, die de groei van gezonde bacteriën in de darm ondersteunen.
Geef meer dan uw paard verbruiktStem altijd het rantsoen van uw paard af op de hoeveelheid arbeid die uw paard verricht. Arbeid kost energie en voer dus een mager paard altijd meer dan dat hij nodig heeft voor die arbeid.
Ontworm uw paardJuist in het najaar hebben veel paarden last van wormen. Wormen kunnen de energie uit uw paard zuigen. Ontworm en verweid dus op tijd.
Wat te doen wanneer mijn paard te mager blijft?
Wanneer uw paard te mager blijft, dan is het verstandig uw dierenarts te raadplegen. Bloed- en mestonderzoek kunnen een indicatie geven waar de oorzaak voor mager blijven gezocht moet worden. Een check van het gebit van uw paard kan soms een onverwacht probleem blootleggen.
Wat moet ik niet doen om mijn paard dikker te krijgen?
Vaak wordt het advies gegeven om magere paarden maïs te geven. Wordt per slot van rekening ook aan koeien gevoerd die veel melk moeten geven. Doe dit niet. Maïs zal er zeker voor zorgen dat uw paard snel dikker wordt, maar maïs is bijzonder lastig verteerbaar voor paarden. Die onverteerde maïs kan in de blinde en dikke darm van uw paard al gauw tot koliek en diarree leiden. En dan is Leiden al gauw in last. Niet doen dus.
Vragen?
Neem gerust contact op met ons op: [email protected]
Drs. Robin HolleThuisbezorgservice: www.dierapotheker.nl