Honden en katten worden steeds ouder. Daardoor zien eigenaren vaker veranderingen bij hun senior huisdier. Een hond die ineens in huis plast. Een kat die ’s nachts hard miauwt. Een dier dat onrustig rondloopt, minder goed reageert of verdwaasd lijkt.
Vaak wordt dan gedacht aan dementie. Toch is dat niet altijd terecht. Bij oudere dieren is veranderd gedrag meestal een signaal. De belangrijkste vraag is: wat is de onderliggende oorzaak?
Kernsamenvatting
Cognitieve disfunctie bij hond en kat bestaat, maar wordt meestal pas vastgesteld nadat andere oorzaken zijn uitgesloten. Pijn, artrose, blaasproblemen, nierziekte, schildklierproblemen, hoge bloeddruk, doofheid of slecht zicht kunnen sterk lijken op dementie. Een seniorencheck bij de dierenarts is daarom belangrijk.
Wat is cognitieve disfunctie?
Cognitieve disfunctie is achteruitgang van hersenfuncties bij oudere dieren. Het wordt vaak dementie genoemd, maar bij honden en katten is dit minder duidelijk afgebakend dan bij mensen.
De hersenen veranderen bij het ouder worden. Denk aan veranderingen in doorbloeding, oxidatieve schade en ophoping van bepaalde eiwitten. Dat kan invloed hebben op geheugen, oriëntatie, slaap en gedrag. Toch is er zelden één duidelijke hersenafwijking die precies één gedragsprobleem verklaart.
Daarom spreken dierenartsen meestal van cognitieve disfunctie.
Signalen bij oudere honden en katten
Let vooral op veranderingen ten opzichte van vroeger. Mogelijke signalen zijn:
- Desoriëntatie in huis of tuin
- Nachtelijke onrust of veel slapen overdag
- Meer blaffen, piepen of miauwen
- Onzindelijkheid
- Minder of juist meer contact zoeken
- Angst, schrikachtigheid of prikkelbaarheid
- Doelloos rondlopen
- Minder goed reageren op bekende prikkels
Waarom het niet altijd dementie is
Een oudere hond die in huis plast, kan cognitief achteruitgaan. Maar hij kan ook pijn hebben en daardoor de drempel naar buiten vermijden. Een kat die ’s nachts miauwt, kan verward zijn, maar ook last hebben van hoge bloeddruk, nierproblemen, pijn of een te snel werkende schildklier.
Ook doofheid en slechter zien kunnen gedrag veranderen. Een dier dat minder hoort of ziet, kan sneller schrikken, onzeker worden of minder goed reageren op de omgeving.
Signaal en actie
| Wat merkt u? | Mogelijke oorzaak | Wat doet u? |
|---|---|---|
| In huis plassen of poepen | Cognitieve disfunctie, blaasprobleem, pijn, artrose | Laat urine en mobiliteit controleren |
| Nachtelijke onrust | Pijn, hoge bloeddruk, schildklierprobleem, cognitieve disfunctie | Bespreek dit met uw dierenarts |
| Veel miauwen of blaffen | Onrust, pijn, slechter horen of zien | Film het gedrag thuis |
| Doelloos rondlopen | Desoriëntatie, neurologisch probleem, slecht zicht | Laat uw dier onderzoeken |
| Minder wandelen of springen | Artrose, spierpijn, zwakte | Laat pijn beoordelen |
Diagnose: eerst andere oorzaken uitsluiten
Cognitieve disfunctie is meestal een diagnose per exclusionem. Dat betekent dat de dierenarts eerst andere oorzaken uitsluit. Denk aan lichamelijk onderzoek, bloedonderzoek, urineonderzoek, bloeddrukmeting of aanvullend onderzoek.
Een filmpje van het gedrag thuis helpt vaak. In de spreekkamer gedraagt een hond of kat zich namelijk anders dan in de eigen omgeving.
Wat kunt u thuis doen?
- Houd voerbak, waterbak, mand en kattenbak op vaste plekken.
- Zorg voor goede verlichting in de avond en nacht.
- Gebruik antislipmateriaal op gladde vloeren.
- Maak wandelingen korter, maar eventueel vaker.
- Vermijd grote veranderingen in huis.
- Straf onzindelijkheid of nachtelijke onrust niet.
- Noteer wanneer het gedrag voorkomt en hoe vaak.
- Maak filmpjes voor uw dierenarts.
Ondersteuning bij cognitieve disfunctie
Als cognitieve disfunctie waarschijnlijk is, draait de zorg vooral om kwaliteit van leven. Genezen is meestal niet mogelijk, maar ondersteuning kan soms helpen.
Denk aan rust, vaste routines, een veilige leefomgeving, aangepaste beweging en zachte mentale stimulatie. Er bestaan ook dieetvoedingen en supplementen met bijvoorbeeld omega 3-vetzuren, antioxidanten of andere ondersteunende voedingsstoffen. Het effect verschilt per dier.
Soms schrijft de dierenarts medicatie voor. Dat vraagt altijd om een zorgvuldige afweging, zeker bij oudere dieren met lever-, nier- of hartproblemen.
Wanneer naar de dierenarts?
Neem contact op met uw dierenarts als uw oudere hond of kat ineens ander gedrag laat zien. Zeker bij onzindelijkheid, veel drinken of plassen, nachtelijke onrust, desoriëntatie, pijn, afvallen, veel miauwen of blaffen, of verandering in zicht en gehoor.
Hoe eerder de oorzaak duidelijk is, hoe beter u uw dier kunt ondersteunen.
Vragen?
Neem gerust contact op met ons op:

Thuisbezorgservice: www.dierapotheker.nl